Hulp nodig? Plan hier je afspraak
7 min lezen

Het wandelgesprek: een team verhuist zijn vergaderingen naar buiten

Een team van acht begon zijn wekelijkse overleg al wandelend te doen. Wat dat veranderde, en waar het niet werkt.

Het begon als een grap. Marieke is teamleider bij een middelgroot adviesbureau in Mechelen, en haar wekelijkse teamoverleg op dinsdagochtend verliep altijd hetzelfde. Acht mensen rond een tafel, laptops open, koffie in kartonnen bekers. Na twintig minuten keken de eerste ogen naar een ander scherm. Na veertig minuten praatten nog drie mensen. Ze had al van alles geprobeerd: een strakkere agenda, laptops dicht, een timer. Het hielp telkens een week of twee.

Tot Joris, de jongste van het team, in een halve zin zei: "Waarom doen we het niet al wandelend?" Iedereen lachte. Marieke ook. Maar de week erna stond ze om tien uur aan de voordeur, jas aan.

De eerste keer

Het was onwennig. Acht mensen die langs de Dijle liepen, een deel met een jas te dun voor de wind, een ander deel met schoenen die nooit voor een kasseistrook bedoeld waren. Er was geen agenda op een scherm, alleen drie punten die Marieke 's ochtends in haar hoofd had gestoken. Het eerste kwartier liepen ze in een kluwen en verstond de helft niet wat de andere helft zei.

Daarna gebeurde er iets wat niemand had voorzien. De groep viel vanzelf uiteen in duo's en trio's, en de gesprekken werden losser. Sofie, die in vergaderingen zelden iets zei, legde Marieke op een smal stuk jaagpad uit waarom een project voor een klant al weken vastzat. "Dat had ik aan tafel nooit gezegd," vertelde ze later. "Daar voelt het meteen als een klacht."

Marieke denkt dat het met de opstelling te maken heeft. Naast iemand lopen is anders dan tegenover iemand zitten. Je kijkt samen dezelfde kant op, er is minder oogcontact, en stiltes zijn niet ongemakkelijk omdat je toch aan het stappen bent. Dat is haar ervaring, geen wetmatigheid. Maar ze hoort het van meer mensen.

Wat er veranderde

Het team hield het vol. Niet elke week: bij regen of storm bleven ze binnen, en dat gebeurt in België vaker dan je zou willen. Maar vaak genoeg om er een gewoonte van te maken. En er kwamen gevolgen die niemand had gepland.

De vergaderingen werden korter. Een wandeling heeft een natuurlijk einde: als je terug aan de voordeur staat, is het gedaan. Wat in een vergaderzaal makkelijk uitloopt tot vijf over twaalf, was nu na drie kwartier rond. Besluiten werden concreter, omdat er geen scherm was om achter te verdwijnen en iemand aan het eind gewoon vroeg: "Dus wie doet wat?"

Ook de inhoud veranderde. Voor het brainstormgedeelte, nieuwe ideeën voor een klantvoorstel, leek het buiten beter te gaan. Daar is onderzoek over. In een reeks Amerikaanse experimenten uit 2014 scoorde 81% van de deelnemers creatiever op een test waarbij je zoveel mogelijk toepassingen voor een gewoon voorwerp moet bedenken, als ze wandelden in plaats van zaten. Bij taken waarbij je naar één juist antwoord moet zoeken, was dat effect veel kleiner. Wandelen helpt dus vooral bij het openen van ideeën, minder bij het afsluiten ervan.

En twee collega's die elkaar jarenlang alleen via mail kenden, de boekhouder en een projectleider van een andere vestiging die tijdelijk bij het team zat, kwamen erachter dat ze allebei in dezelfde wielerclub hadden gezeten.

Ilias en zijn rug

Ilias, een van de senior consultants, merkte nog iets anders. Hij had al maanden last van een stijve onderrug, iets wat hij toeschreef aan zijn leeftijd en aan de autorit van Leuven. "Ik had geen enkele reden om te denken dat vergaderen er iets mee te maken had," zegt hij. "Tot ik na een paar weken merkte dat ik dinsdagavond minder stijf was dan maandagavond."

Het is vast niet de enige verklaring, geeft hij toe. Maar het zette hem aan het rekenen. De auto, het bureau, de vergaderzaal, de zetel 's avonds. Hij kwam uit op meer uren zitten dan hij wakker was op zijn voeten.

Daarin staat hij niet alleen. Volgens de Gezondheidsenquête 2023-2024 van Sciensano zit of staat 58,7% van de werkende Belgen tussen 15 en 64 jaar meestal tijdens het werk, zonder veel te stappen of te sjouwen. Bij mensen met een diploma hoger onderwijs is dat 70,3%. Over de hele dag zit of rust de bevolking van 15 jaar en ouder gemiddeld 5 uur en 56 minuten, en een op de vier (24,7%) doet dat meer dan acht uur per dag.

Ilias liet zijn rug na een tijd toch nakijken bij de huisarts, omdat de klachten niet helemaal verdwenen. Dat was verstandig. Een wandeling per week is geen behandeling, en aanhoudende rugpijn verdient een gesprek met een arts of kinesitherapeut.

Waar het niet werkt

Marieke is voorzichtig met grote conclusies. Sommige onderwerpen vragen gewoon een tafel. Een budget overlopen, een planning in Excel bijsturen, een moeilijke beoordeling: dat doe je niet langs een jaagpad. Ook vertrouwelijke gesprekken horen niet thuis op een druk voetpad waar een klant van je toevallig voorbijfietst.

Ze moest ook leren dat niet iedereen even graag of even makkelijk stapt. Een collega met een knieblessure liep de eerste weken stilzwijgend mee en had daar nadien last van. Sindsdien is de afspraak duidelijk: wie niet mee kan of wil, sluit aan voor het tweede deel binnen, of het team kiest een korter, vlak rondje met een bank halverwege.

Dat ze niet de enige is met dat soort drempels, blijkt uit een Deense studie bij kantoorwerkers uit 2020. Daar konden teams kiezen tussen staande en wandelende vergaderingen. Staande vergaderingen sloegen aan en gingen gepaard met 59 minuten minder zitten per werkdag van acht uur. Wandelvergaderingen kwamen nauwelijks van de grond: mensen vonden ze onpraktisch en minder efficiënt. Een goed idee op papier is dus nog geen gewoonte. Het vraagt een leidinggevende die het voortrekt, en een vorm die past bij het werk.

Hoe het team het nu aanpakt

Na een jaar heeft het team een vaste vorm gevonden. Het overleg begint buiten met de punten die over richting en ideeën gaan. Er zijn maximaal drie onderwerpen, die op voorhand in de teamchat staan. Iemand spreekt na afloop de afspraken in als spraakmemo, zodat er toch een verslag is. Het lusje is dertig tot vijfendertig minuten en eindigt aan de voordeur, waar wie wil nog tien minuten binnen aan tafel gaat zitten voor wat cijfers vraagt. Bij regen schuift het naar donderdag. Regent het dan nog, dan vergaderen ze gewoon binnen, maar staand.

"Ik had gewoon wat beweging in ons werk willen steken," zegt Marieke. "Ik kreeg er een andere manier van praten bij."

Wie nadenkt over zijn eigen zittende uren, hoeft geen hele werkweek om te gooien. Soms volstaat het om één gesprek per week te verplaatsen: het overleg met je collega van de andere dienst, het telefoontje met een klant dat je ook met oortjes in kunt doen, het één-op-ééntje met een teamlid. Begin klein, en kijk wat het doet.

Merk je dat werkdruk of spanning in je team de echte reden is waarom vergaderingen stroef lopen, dan lost een wandeling dat niet op. Dan kan het helpen om er met iemand over te praten. Misschien biedt je werkgever via Meapy Health vertrouwelijke begeleiding aan, voor medewerkers en voor leidinggevenden.

Marieke, Ilias en hun collega's zijn fictief. Hun verhaal is samengesteld uit situaties die vaak voorkomen.

Bronnen

  • Drieskens S., Janssens M., Van der Heyden J. (Sciensano), Gezondheidsenquête 2023-2024: Lichaamsbeweging, 2025. sciensano.be
  • Oppezzo M., Schwartz D.L., Give your ideas some legs: the positive effect of walking on creative thinking, Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition, 2014. doi.org/10.1037/a0036577
  • Danquah I.H., Tolstrup J.S., Standing Meetings Are Feasible and Effective in Reducing Sitting Time among Office Workers, Walking Meetings Are Not, International Journal of Environmental Research and Public Health, 2020. doi.org/10.3390/ijerph17051713
Alle artikels